Audiovisueel

May 26, 2020, 19:14
“Onszelf op de kaart zetten als één sector”
(c) Studio Regie

“Onszelf op de kaart zetten als één sector”

09 april 2020

Elk bedrijf binnen de eventsector wordt getroffen door dezelfde vloedgolf aan annulaties. Maar de effectieve impact verschilt van segment tot segment, en van bedrijf tot bedrijf. Vandaag nemen we polshoogte bij Jo Pauly, zaakvoerder van het audiovisueel productiebedrijf Visual Solutions, die ons vertelt hoe hij de komende maanden inschat voor zijn bedrijf, en wat hij nog verwacht van de overheid.

Het team van Visual Solutions zou normaal gezien gedurende twee maanden zijn tenten opslaan in Rotterdam, voor het Eurovisiesongfestival. In augustus stond de Wereldexpo in Dubai op het programma. Het zijn maar twee prestigieuze projecten uit een lange lijst, die noodgedwongen geschrapt werden. “Op 6 januari was er al een eerste afzegging voor een project in Hongkong, en intussen is alles tot oktober uit de agenda verdwenen. Een verschrikkelijke aderlating. Een aantal projecten zullen nog terugkomen in 2021, maar 2020 is een verloren boekjaar. Onze inkomsten zullen tot quasi nul herleid worden, wat betekent dat we ons ‘spaarpotje’ voor de pensioenen zullen moeten gaan gebruiken.”

Huidige maatregelen schieten tekort voor de grotere bedrijven

Uiteraard volgt Jo Pauly nauwgezet wat de overheid doet om de eventsector in deze periode te ondersteunen. “Maar onze industrie is natuurlijk bijzonder gedifferentieerd. Aan de ene kant heb je grote eventkantoren en grote audiovisuele bedrijven met veel materiaal en veel personeel. Aan de andere kant zijn er ook een heleboel eenmans-bvba’s en zelfstandigen die alleen werken. De steunmaatregelen die nu aangekondigd zijn, die zijn alleen maar effectief op korte termijn voor een beperkt deel van onze sector en stellen de problemen misschien met 1 maandje vooruit. Voor grotere bedrijven met aanzienlijke vaste kosten is die 3000 euro sowieso al niet meer dan een doekje voor het bloeden.”

Meer gedetailleerde steun

Toch vindt Jo Pauly het goed dat er een gezamenlijke taskforce is opgericht om de belangen van de hele industrie naar voren te schuiven. “De oplossingen die tot nu toe door de overheid zijn aangereikt zijn misschien nog niet de meest doeltreffende. Maar ze geven ons wel een voet tussen de deur om te komen tot meer gedetailleerde steun, die meer in verhouding staat tot de omvang en de omzet van een bedrijf. Daarom is het belangrijk onszelf op de kaart te zetten als één sector, en niet als tientallen verschillende subsectoren met elk hun aparte werkwijze. Net zoals de horeca dat onder één gezamenlijke vlag doet. Pas dan word je echt au sérieux genomen. Een overkoepelend orgaan, zoals de taskforce, kan onze stem vormen. Al is het wel belangrijk dat iedereen daarin gehoord wordt, ook de kleine bedrijven en de freelancers. We moeten iedereen proberen meenemen in dit verhaal, van klein tot groot.”

Geen vraag naar geld

“Ik ben geen voorstander om geldelijke steun te gaan vragen. Het is niet omdat men ineens minder verdient, dat iemand anders je geld moet toestoppen. Ik denk dat men omzetgerelateerde steunoplossingen kan vinden in de fiscaliteit. De belastingdruk op een vennootschap ligt tussen 20 en 30%. Daar zou men een tijdelijke aanpassing op kunnen voorzien. Men kan de roerende voorheffing op de liquidatiereserve laten vallen. En een tijdelijke btw-daling zou ons ook helpen. Zulke flexibele, tijdelijke maatregelen zouden het voor heel wat bedrijven misschien wat leefbaarder kunnen maken.  Ik heb vertrouwen in een mature oplossing op lange termijn, voor zowel groot als klein in onze sector”, zo besluit Jo Pauly.